Alsof ze een thuiswedstrijd speelde, zo stond Maartje Goderie op het veld in Laren. De captain van Den Bosch werd door vele bekenden uitgebreid gefeliciteerd met het zoveelste succes. Maar hoeveel landstitels de middenvelder nou op haar naam heeft staan, dat weet Goderie zelf ook niet exact.
‘Ik vind dat altijd zo’n moeilijke vraag’, geeft Goderie schoorvoetend toe. ‘Want ik weet nooit precies het antwoord daarop. Dat is heel lelijk, maar ik denk dat ik nu elf keer landskampioen ben. Nee, het is bijna niet meer bij te houden. Maar dat zegt niets over hoe mooi dit is en het intense geluk dat een titel geeft. Het is een waanzinnig gevoel. Heerlijk.’
Van die vele titels waren er maar weinig die Goderie buiten de eigen Oosterplas binnenhaalde. ‘Vraag me niet in welk jaar, want ik ben ik zulke feitjes dus heel erg slecht, maar ik ben een keer eerder ‘uit’ kampioen geworden. Dat was bij Amsterdam. Dat was zo konings. Natuurlijk is het mooi om bij je eigen publiek kampioen te worden, maar hier de winst pakken is ook wel heel bijzonder.’
‘Laren draaide een foutloos seizoen. Dat is knap. Ze hebben niet van ons gewonnen, maar Laren kwam terecht als eerste de competitie uit. Maar play-offs zijn iets anders. Dan telt het niet meer wat je hebt gedaan. Dan komt het op een ding aan: keihard knokken en weten hoe je finales moet spelen. Het hoeft op dat moment niet meer met mooi hockey. Dat zag je zaterdag. Zo’n briljante wedstrijd was het niet.’
Wat was het speciale aan de titel van het seizoen 2011-2012? ‘Voor mij is ieder jaar uniek. Dat meen ik. Zo was vorig seizoen bijzonder omdat het mijn eerste was met de groep in deze samenstelling, waarin ik captain ben. Maar het dan nog een keer te flikken, dat is echt geweldig.’
‘Ik heb er nu nog geen woorden voor. Het is nog heel onwerkelijk. Ik moest ook gewoon huilen van vreugde. Ik ben dan zo trots op iedereen die hier staat. We hebben het dit jaar echt als een team gedaan. Iedere dag was er iemand anders goed. Als de een niet thuis gaf, deed de ander dat wel. Het was het jaar van het collectief.’ (@ReemtBorcherts)
Foto: KNHB/Koen Suyk